Tribune van Kato Mergan: masterproef over bedrijfsstrategieën in de strijd tegen nepnieuws
Nepnieuws is overal: op sociale media, in de politiek en ook steeds meer in de bedrijfswereld. Ook bedrijven krijgen steeds vaker te maken met foutieve of misleidende berichten die zich in een mum van tijd verspreiden. De gevolgen kunnen groot zijn: reputatieschade, ongeruste klanten en zelfs financiële verliezen. Maar hoe reageren bedrijven wanneer ze het doelwit worden van nepnieuws? Blijven ze stil of kiezen ze ervoor om de berichtgeving actief te weerleggen? Om daar een antwoord op te vinden, werd gesproken met communicatieprofessionals van zestien toonaangevende bedrijven actief in België. Hun ervaringen bieden een unieke inkijk in de manier waarop bedrijven omgaan met nepnieuws en welke afwegingen daarbij een rol spelen.
Beginnen bij het begin: wat is nepnieuws?
Nepnieuws is een begrip dat vaak wordt gebruikt, maar zelden scherp wordt omschreven. Het is uitgegroeid tot een verzamelterm voor uiteenlopende vormen van foutieve of misleidende informatie. Ook de communicatieprofessionals uit dit onderzoek omschrijven het als een grijze zone en vinden het moeilijk om een eenduidige definitie te formuleren. Ook wetenschappers wijzen erop dat de term nepnieuws te vaag is om de complexe informatieomgeving van vandaag te beschrijven. Daarom maken zij een onderscheid tussen drie nauwkeurigere begrippen: misinformatie, desinformatie en malinformatie. Hoewel die termen vaak door elkaar worden gebruikt, verwijzen ze elk naar een andere vorm van misleidende of schadelijke informatie1,2.
🔷 Misinformatie is onjuiste informatie die zonder opzet of kwaadwillige intentie verspreidt wordt. Het is vaak het resultaat van onzorgvuldigheid, onwetendheid of het onvoldoende controleren van informatie.
🔷 Desinformatie daarentegen is onjuiste informatie die iemand opzettelijk creëert en verspreidt om een persoon, sociale groep, instantie of land te schaden. Soms kan de verspreiding ervan ook gedreven zijn door een winstoogmerk. Het verschil tussen mis- en desinformatie zit dus in de bedoeling van de bron. Een voorbeeld van desinformatie zijn deepfakes of gemanipuleerde beelden om iets of iemand schade toe te brengen.
🔷 Malinformatie verwijst, in tegenstelling tot des- en misinformatie, naar waarheidsgetrouwe informatie. Het is op de werkelijkheid gebaseerde informatie die wordt gebruikt om een persoon of organisatie te schaden. Een voorbeeld van malinformatie is het lekken van waarheidsgetrouwe persoonlijke informatie of echte foto’s om iemands reputatie te schaden.
Om die verschillen duidelijk te maken, kunnen de drie begrippen geplaatst worden op twee assen: de mate waarin de informatie onjuist is en de intentie om schade te berokkenen. Dat levert onderstaande figuur op.
Opmerking. Eigen figuur gebaseerd op “Information Disorder: Toward an interdisciplinary framework for research and policy making” door C. Wardle & H. Derakhshan, 2017, Council of Europe Report, p.20.
Bedrijven hebben zelden een plan voor nepnieuws
De meeste bedrijven blijken op papier niet voorbereid op nepnieuws. Slechts vier van de zestien bedrijven beschikken over een uitgeschreven strategie om nepnieuws aan te pakken. Bij de overgrote meerderheid ontbreekt zo’n plan voor nepnieuws dus. Dat betekent niet noodzakelijk dat bedrijven geen crisiscommunicatieplan hebben. Integendeel, de meeste organisaties beschikken wel over richtlijnen voor crisissituaties. Alleen krijgt nepnieuws daarin zelden een eigen plaats.
Daar zijn verschillende verklaringen voor. Sommige bedrijven geloven niet in het uitwerken van gedetailleerde crisisscenario’s. Zij kiezen liever voor een algemeen crisisplan dat flexibel kan worden toegepast, ongeacht de aard van de situatie. Anderen werken wel met specifieke scenario’s, zoals brand, cyberaanvallen of productproblemen, maar beschouwen nepnieuws niet als een afzonderlijk risico. Daarnaast geven verschillende communicatieprofessionals aan dat de praktijk niet volgens vaste draaiboeken verloopt, maar eerder op basis van ervaring, inschatting en intuïtie.
Toch lijkt het onderwerp aan belang te winnen. Enkele bedrijven overwegen om nepnieuws in de toekomst wel expliciet op te nemen in hun crisiscommunicatieplan. Dat gevoel wordt nog versterkt door de alomtegenwoordigheid van AI en deepfakes, alsook het feit dat foutieve informatie zich sneller verspreidt dan waarheidsgetrouwe informatie. Nepnieuws is sensationeel en genereert veel clicks, likes en shares.
Andere organisaties zien daar voorlopig geen noodzaak toe. Volgens hen komt nepnieuws slechts sporadisch voor, ontstaat het meestal uit misverstanden en kan het doorgaans snel worden rechtgezet. Er zijn ook enkele bedrijven die tot nu toe nog niet in aanraking kwamen met nepnieuws, hoewel dat wel een duidelijke minderheid is.
Opvallend is dat bedrijven ook fundamenteel verschillend naar nepnieuws kijken. Voor sommige communicatieprofessionals is nepnieuws op zichzelf een crisis, omdat de impact op de reputatie losstaat van de vraag of de informatie waar is. Zodra een onjuist verhaal aan een merk wordt gekoppeld, kan de schade immers al zijn aangericht. Andere organisaties hanteren een minder alarmerende visie. Zij benadrukken dat het verschijnen van nepnieuws niet automatisch betekent dat een bedrijf zich in een crisissituatie bevindt.
Kloof tussen wetenschap en praktijk: een gemiste kans
Opmerkelijk is dat de dagelijkse praktijk van communicatieprofessionals slechts beperkt aansluit bij de wetenschappelijke inzichten over de bestrijding van nepnieuws. Ze maken nauwelijks gebruik van strategieën die in onderzoek als effectief naar voren komen. Zo verwees geen enkele respondent spontaan naar technieken zoals de truth sandwich of de fact-myth-fallacy-fact structuur, twee modellen die aanbevelen om foutieve informatie op een gestructureerde en overtuigende manier te corrigeren. Ook een preventieve benadering zoals prebunking, een samentrekking van ‘pre’ (vooraf) en ‘debunking’ (ontkrachten), blijkt zelden in de praktijk toegepast te worden. Hoewel deze aanpakken relatief eenvoudig te implementeren zijn in een crisiscommunicatieplan, gebeurt dat tot nu toe nog niet in de praktijk. Benieuwd naar meer wetenschappelijke inzichten en/of persoonlijk advies? Neem dan gerust contact op.
Welke preventieve strategieën hanteren Belgische communicatieprofessionals om hun bedrijf te wapenen tegen nepnieuws?
Zoals het gezegde luidt: voorkomen is beter dan genezen. Maar hoe doe je dat? Op die vraag probeerde dit masterproefonderzoek een antwoord te formuleren. De opvallendste conclusie: Belgische bedrijven bestrijden nepnieuws vaak al voordat het ontstaat, vooral via mediamonitoring, social listening, reputatiebeheer en sterke netwerken.
Uit de interviews met Belgische communicatieprofessionals blijkt dat bedrijven vooral inzetten op preventie nog vóór nepnieuws zich breed verspreidt. Zo monitoren vrijwel alle bedrijven actief (sociale) media om foutieve informatie snel te detecteren. Het is belangrijk om je voelsprieten uit te steken en te weten wat er leeft.
Daarnaast investeren ze in een sterke bedrijfsreputatie, die volgens verschillende respondenten kan fungeren als een soort “reputatievet”: een buffer van vertrouwen die de impact van nepnieuws kan verkleinen.
Ook sterke interne en externe netwerken spelen een belangrijke rol. Intern zorgen voor goed geïnformeerde medewerkers en efficiënte processen kan ervoor zorgen dat alarmsignalen sneller worden opgevangen. Bovendien zou het ook belangrijk zijn om intern bewustzijn over nepnieuws en AI te creëren. Externe relaties met journalisten, klanten en andere stakeholders helpen om misverstanden te voorkomen en vertrouwen op te bouwen.
Welke factoren beïnvloeden of en hoe Belgische communicatieprofessionals reageren bij nepnieuws over het bedrijf?
Vooral de bron van het nepnieuws speelt een belangrijke rol: berichten afkomstig van geloofwaardige bronnen of accounts met een groot bereik krijgen sneller aandacht dan geruchten van onbekende afzenders. Daarnaast wegen bedrijven de inhoud en mogelijke schade af. Hoe sterker het nepnieuws raakt aan de reputatie, kernwaarden of commerciële belangen van de organisatie, hoe groter de kans op een reactie. Ook de omvang van de verspreiding, het platform waarop het bericht circuleert en het doelpubliek worden meegenomen in de beslissing. Ten slotte houden veel bedrijven rekening met het risico op een Streisandeffect: een reactie mag het nepnieuws niet meer zichtbaarheid geven dan het oorspronkelijk had.
De meeste communicatieprofessionals gaan niet meteen over tot actie, maar kiezen eerst voor een grondige analyse van de situatie. Opvallend is dat de bevraagde communicatieprofessionals vaak bewust niét reageren. In sommige gevallen kan een reactie net meer aandacht genereren voor het nepnieuws dan het bericht oorspronkelijk kreeg. En dat is bij nepnieuws beter te vermijden. Strategische stilte is met andere woorden een vaak voorkomende aanpak.
Als er toch wordt gereageerd dan kiezen de bevraagde communicatieprofessionals ervoor om foutieve beweringen te corrigeren met feiten, context en bewijsmateriaal. Dit in plaats van een eenvoudige ontkenning. Die correctie verloopt vaak achter de schermen, bijvoorbeeld via een telefoontje of e-mail naar een journalist, influencer of andere bron van de verkeerde informatie. Publieke weerleggingen worden eerder als laatste redmiddel beschouwd en worden vooral ingezet wanneer het nepnieuws grote proporties aanneemt of de reputatie van het bedrijf ernstig dreigt te schaden.
Sommige organisaties maken daarnaast gebruik van informele off the record communicatie of laten zich verdedigen door geloofwaardige third party endorsers, zoals experts, klanten of opiniemakers.De rode draad doorheen alle interviews is duidelijk: er bestaat geen standaardrecept. Bedrijven streven vooral naar een proportionele reactie die het probleem oplost zonder het onnodig groter te maken.
📩 Benieuwd naar meer aanbevelingen, inzichten of lectuur? Neem dan gerust contact op: [email protected]
Over de auteur: Kato Mergan studeerde in juni 2026 af als master in de Communicatiewetenschappen aan de KU Leuven, met grote onderscheiding (magna cum laude). Ze werkt sinds augustus 2022 als jobstudent bij MediaSpecs, waar ze verantwoordelijk is voor het invoeren van de digitale tarieven in de MediaSpecs database voor België, Frankrijk en Nederland. Met haar sterke theoretische basis leverde ze ook een inhoudelijke bijdrage aan de MediaSpecs mediabegrippenlijst.
Over de methodologie van dit onderzoek: het masterproefonderzoek maakt gebruik van een kwalitatieve onderzoeksmethode op basis van semigestructureerde expertinterviews. In totaal werden communicatieprofessionals van zestien middelgrote en grote bedrijven actief in België bevraagd over hun ervaringen met nepnieuws en de strategieën die zij hanteren om hun organisatie te beschermen. De interviewtranscripten werden vervolgens thematisch geanalyseerd in NVivo, waardoor terugkerende patronen, strategieën en afwegingen systematisch in kaart konden worden gebracht.
Bronnenlijst voor dit artikel:
1 – Information Disorder: Toward an interdisciplinary framework for research and policy making door C. Wardle & H. Derakhshan, 2017, Council of Europe Report.
2 – Understanding Fake News: A Bibliographic Perspective door A. Park en andere onderzoekers, 2020.
3 – Countering Misinformation and Fake News Through Inoculation and Prebunking door S. Lewandowsky & S. van der Linden, 2021, European Review of Social Psychology.
Lees ook
Nieuwsbarometer: Vier op de tien jongeren twijfelen aan betrouwbaar nieuws op sociale media
Volgens de Nieuwsbarometer van Arteveldehogeschool twijfelt 38% van de Vlaamse jongeren aan nieuws op sociale media. Ze herkennen nepnieuws goed, maar wantrouwen ook betrouwbare bronnen. Toch blijft het vertrouwen in nieuwsmerken hoog.
imec.digimeter 2024: Vlaming spendeert dagelijks 182 minuten op smartphone
Vlamingen spenderen elke dag gemiddeld 182 minuten, of 3 uur en 2 minuten, op hun smartphone. Dat blijkt uit de resultaten van de Digimeter. Artificiële intelligentie breekt volledig door bij de Vlaming, en vooral bij jongeren.
Lees later
U moet geregistreerd zijn om dit artikel aan uw leeslijst toe te voegen
Inschrijven Al geregistreerd? Inloggen
