|

[Opinie] Leo Van Dorsselaer: Nieuws is geen gratis grondstof

[Opinie] Leo Van Dorsselaer: Nieuws is geen gratis grondstof

Een Nederlandse rechterlijke uitspraak over het commerciële hergebruik van nieuwsfragmenten kan ook gevolgen hebben voor de verhouding tussen uitgevers en AI-bedrijven.

Het gerechtshof in Amsterdam heeft op 20 oktober 2026 een uitspraak gedaan die verder reikt dan een geschil tussen twee Nederlandse uitgevers en een commerciële mediamonitoringdienst. DPG Media en Mediahuis kregen in hoger beroep grotendeels gelijk tegenover HowardsHome, een onderneming die nieuwsartikelen verzamelde en fragmenten daarvan tegen betaling aan klanten aanbood. De uitspraak raakt aan een fundamentele vraag voor de hele mediasector: wie mag journalistieke informatie commercieel exploiteren, en onder welke voorwaarden?

De zaak komt op een ogenblik waarop uitgevers wereldwijd onderhandelen met technologiebedrijven over het gebruik van hun journalistieke content voor artificiële intelligentie. Hoewel het arrest geen rechtstreeks oordeel velt over AI-training, biedt het wel interessante aanknopingspunten voor de discussie over auteursrechten, licenties en de economische waarde van nieuws.

Een commercieel product op basis van andermans journalistiek

HowardsHome leverde jarenlang diensten voor mediamonitoring aan ondernemingen, overheidsdiensten en andere organisaties. Daarvoor verzamelde het bedrijf dagelijks grote hoeveelheden artikelen van nieuwswebsites. Klanten ontvingen vervolgens nieuwssignaleringen met korte tekstfragmenten, soms aangevuld met afbeeldingen.

Voor de uitgevers vormde dat een probleem. HowardsHome bouwde een commercieel product op met journalistieke inhoud waarvoor de oorspronkelijke nieuwsorganisaties zelf de productiekosten droegen. De uitgevers ontvingen geen vergoeding voor het hergebruik.

DPG Media en Mediahuis probeerden licentieovereenkomsten af te sluiten, maar zonder resultaat. Uiteindelijk stapten ze in 2023 naar de rechter.

In eerste aanleg werden hun vorderingen afgewezen. Het gerechtshof in Amsterdam kwam nu tot een ander oordeel. Volgens het hof maakte HowardsHome met zijn dienstverlening inbreuk op het auteursrecht en het persuitgeversrecht.

Daarbij speelde een belangrijke rol dat de onderneming journalistieke content systematisch verzamelde en commercieel exploiteerde. Het ging niet om incidentele verwijzingen naar nieuwsartikelen, maar om een structurele dienstverlening waarbij fragmenten uit bestaande publicaties de kern van het aangeboden product vormden.

Ook korte fragmenten zijn niet automatisch vrij te gebruiken

Een belangrijk onderdeel van het arrest betreft de lengte van de overgenomen teksten. HowardsHome voerde aan dat het gebruik van korte fragmenten was toegestaan.

Het hof volgde die redenering niet. De beperkte omvang van een fragment betekent niet automatisch dat het commerciële hergebruik ervan rechtmatig is. Bij de beoordeling spelen onder meer de aard van het gebruik, de betrokken rechten en de toepasselijke wettelijke uitzonderingen een rol.

Ook het beroep op uitzonderingen voor onder meer tekst- en datamining bood HowardsHome in deze omstandigheden geen bescherming. Voor de betrokken exploitatie was toestemming van de rechthebbenden vereist.

Dat onderscheid is belangrijk. Het persuitgeversrecht, dat voortvloeit uit de Europese auteursrechtrichtlijn van 2019, biedt nieuwsuitgevers bescherming tegen bepaalde vormen van online hergebruik door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij. Tegelijk voorziet de regelgeving in uitzonderingen, onder meer voor hyperlinks en het gebruik van individuele woorden of zeer korte fragmenten.

Het arrest verduidelijkt hoe die bepalingen in een concrete commerciële toepassing moeten worden beoordeeld. Het betekent niet dat elk citaat of iedere korte verwijzing naar een nieuwsartikel voortaan verboden is.

Het hof erkende bovendien dat licentieovereenkomsten voor het hergebruik van nieuwscontent een wezenlijk onderdeel kunnen vormen van het verdienmodel van uitgevers, naast abonnementen en advertenties.

HowardsHome beëindigde zijn activiteiten al in 2024. De onderneming werd niettemin aansprakelijk gesteld voor de schade die door de inbreuken werd veroorzaakt en moet informatie verstrekken die nodig is om die schade te bepalen.

Een uitspraak met betekenis voor AI

De juridische discussie over mediamonitoring krijgt een nieuwe dimensie door de snelle ontwikkeling van artificiële intelligentie.

AI-bedrijven verzamelen en verwerken enorme hoeveelheden informatie om hun systemen te ontwikkelen en diensten aan te bieden. Journalistieke artikelen zijn daarbij bijzonder waardevol: ze bevatten actuele informatie die professioneel werd verzameld, gecontroleerd en geredigeerd.

Dat maakt de vergelijking met commerciële nieuwsaggregatie relevant. In beide gevallen kan journalistieke inhoud die door een uitgever werd gefinancierd, worden gebruikt om een ander commercieel product te ontwikkelen.

Toch zijn er belangrijke juridische verschillen. Het verzamelen van teksten voor AI-training is niet hetzelfde als het opnieuw aanbieden van nieuwsfragmenten aan klanten. Bovendien gelden voor tekst- en datamining specifieke Europese regels, waaronder voorwaarden voor het voorbehouden van rechten door rechthebbenden.

Het Amsterdamse arrest biedt daarom geen algemeen antwoord op de vraag onder welke voorwaarden AI-bedrijven journalistieke content mogen gebruiken. Het bevestigt wel dat de commerciële exploitatie van nieuwscontent niet los kan worden gezien van de rechten van de oorspronkelijke uitgevers.

Voor de mediasector is dat een belangrijk uitgangspunt. Naarmate AI-systemen steeds vaker rechtstreeks antwoorden formuleren op basis van bestaande informatie, rijst ook de vraag of gebruikers nog voldoende worden doorverwezen naar de nieuwsorganisaties die die informatie hebben geproduceerd.

De economische waarde van journalistiek

De discussie gaat uiteindelijk verder dan auteursrecht alleen. Ze raakt aan de manier waarop journalistiek wordt gefinancierd.

Nieuwsorganisaties investeren in journalisten, correspondenten, onderzoek, factchecking, eindredactie en technische infrastructuur. Die kosten worden gedragen in de verwachting dat de geproduceerde journalistiek inkomsten kan genereren via abonnementen, advertenties, licenties of andere diensten.

Wanneer externe ondernemingen die inhoud systematisch gebruiken om eigen commerciële producten aan te bieden, kan een deel van de economische waarde verschuiven naar partijen die niet zelf in de oorspronkelijke journalistieke productie investeren.

Dat betekent niet dat elk gebruik van bestaande informatie vergoed moet worden. Vrije nieuwsgaring, citeren, verwijzen en het delen van informatie zijn essentiële onderdelen van een open informatiesamenleving.

De vraag is waar de grens ligt tussen legitiem gebruik en commerciële exploitatie waarvoor toestemming of een vergoeding noodzakelijk is.

Het Amsterdamse gerechtshof heeft die grens in de zaak HowardsHome concreter afgebakend. Daarmee levert het arrest een bijdrage aan een discussie die voor de toekomst van nieuwsuitgevers steeds belangrijker wordt.

Ook voor Belgische uitgevers relevant

De uitspraak heeft ook een duidelijke Belgische dimensie. DPG Media en Mediahuis behoren tot de grootste uitgeversgroepen van ons land. Bovendien is het Europese persuitgeversrecht ook in België van toepassing, al kunnen de nationale uitvoering en de juridische beoordeling verschillen.

Voor kleinere uitgevers is de problematiek minstens even relevant. Zij beschikken doorgaans over minder middelen om hun rechten te verdedigen of individueel met technologiebedrijven te onderhandelen.

De ontwikkeling van collectieve licenties en duidelijke afspraken over commercieel hergebruik kan daarom aan belang winnen. Daarbij blijft de uitdaging om de bescherming van journalistieke investeringen te combineren met de vrije verspreiding van informatie en de mogelijkheden voor technologische innovatie.

De uitspraak maakt duidelijk dat journalistieke informatie niet zomaar een vrij beschikbare grondstof is voor commerciële toepassingen. Achter ieder nieuwsartikel schuilen investeringen in mensen, onderzoek en redactionele verantwoordelijkheid.

Wie die informatie gebruikt om een eigen commercieel product te ontwikkelen, kan niet zonder meer voorbijgaan aan de rechten van de oorspronkelijke uitgever. Dat beginsel verdient bijzondere aandacht nu artificiële intelligentie de grenzen tussen het produceren, verwerken en exploiteren van journalistieke informatie steeds verder doet vervagen.

Het arrest over HowardsHome lost die discussie niet op, maar geeft haar wel een concreter juridisch fundament.

Bronnen en verdere duiding

🔸 DPG Media – Hof: websites scrapen voor commerciële doeleinden is inbreuk op rechten uitgevers
🔸 IE-Forum – Hof Amsterdam: HowardsHome maakt met nieuwssignaleringsdienst inbreuk op auteursrecht en persuitgeversrecht
🔸 Europese Richtlijn 2019/790 inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt

Dit opiniestuk is geschreven door Leo Van Dorsselaer en is online te vinden op 6minutes.be.

De newsletter

Al het nieuws over media en reclame elke dag

Gratis aanmelden
Newsletter
Adwanted Inscription